2024



«  terug naar Actueel

Catalogus The Broken Promised Land - Arie van Geest (24 pagina's)





. Catalogue The Broken Promised Land.
Klik op de cover om te bekijken

«  terug naar e-Books

Boek The Broken Promised Land - Arie van Geest (22 pagina's weergegeven van 96

. Cover 'The Broken Promised Land', 2016
Klik op de cover om te bekijken



Opening “The Broken Promised Land”, Muga, Heerenveen, 8 september 2024
door Wouter Welling

 

Honderd jaar geleden publiceerde André Breton zijn vermaarde Surrealistische Manifest. Dat was niet het begin van hèt surrealisme maar wel het begin van die kunsthistorische term in de westerse wereld. In Zuid-Amerika bestond het allang, maar daar had het andere namen zoals magisch realisme. De afgelopen jaren staat het surrealisme weer volop in de belangstelling, overal vinden grote tentoonstellingen plaats waarbij meer en meer het Westen en dan specifiek Parijs, niet meer als het enige centrum wordt beschouwd, maar er sprake is van een mondiaal perspectief. Om er slechts twee te noemen: Surrealism Beyond Borders (Metropolitan en Tate, 2021/22) en dit jaar: Surrealism and Us: Caribbean and African Diasporic Artists since 1940 (Modern Art Museum of Fort Worth, Texas). Ook het Nationaal Museum van Wereldculturen werkt momenteel aan een concept voor een tentoonstelling over surrealisme als attitude wereldwijd.

 

Toen Frida Kahlo André Breton bezocht in zijn overvolle appartement aan de Rue Fontaine 42 in Parijs noteerde ze in haar dagboek niet alleen haar verwondering over hoe iemand zo kan leven, maar ook dat Breton haar een surrealist noemde. Dat was ik al voordat de man deze term bedacht. Een impressie van dat appartement kunnen we vandaag nog zien op de beroemde Breton muur in het Centre Pompidou: een merkwaardig conglomeraat van werken van kunstenaars uit Bretons omgeving en veel, heel veel, en heel erg goede, etnografica. Het is een soort altaar, niet passend binnen een specifieke religieuze context, maar geassembleerd op basis van persoonlijke voorkeuren en associaties. Ik kocht ooit op een veiling de cassette met de achtdelige catalogus uit 2003 van de collectie Breton die in Parijs onder de hamer is gegaan en meende die gemakkelijk van het station naar huis te kunnen dragen. Het is me slechts ternauwernood gelukt, mijn rug protesteerde heftig. Wat deze man bezat aan kunst van over de hele wereld, aan boeken, aan correspondentie en fotografie is onwaarschijnlijk. Het is een wereld, een mentaal domein waarin hij wandelde door de onbewuste lagen van de psyche. Beeldende kunst, etnografica, literatuur: een mondiaal labyrint dat het menselijk bestaan in alle tijden en culturen verbindt.

 

Dit brengt ons meteen in het universum van Arie van Geest, de bewoner van de Tuin van de Wezenlijke Leegte waarmee ik sinds jaar en dag bekend ben. Arie is een mythomaan die bouwt aan een vergelijkbaar labyrinth waarin alles met alles verbonden is. Hij mag graag een anekdote vertellen over het moment waarop ik mijn intrede in zijn domein maakte. Ik was begin twintig en bezocht zijn toenmalige atelier om een artikel over zijn werk te gaan schrijven. Overigens werk dat toen heel anders oogde dan wat we vandaag zien, maar er inhoudelijk naadloos mee verbonden is. Het maakte diepe indruk op mij. Ik dacht: dit zou weleens een lang verhaal kunnen worden. Arie herinnert mij er graag aan dat ik de vraag stelde: “Meneer, verkoopt u ook met studentenkorting?” Ik zou dit met terugwerkende kracht graag ontkennen, maar ik vrees dat het juist is. Ik kocht een werk op papier dat ik mij financieel niet kon veroorloven maar mijn zus was bereid de helft bij te schieten. Het was het begin van wat inmiddels een vrij substantiële Van Geest collectie is.

 

Arie heeft een flink aantal uitvoerige en bloemrijke epistels geschreven aan vrienden in Nederland vanuit zijn voormalige toevluchtsoord met tovertuin grenzend aan de rivier de Vienne in het Franse Availles-Limouzine. Ze zijn dermate gelaagd en beschouwelijk dat het zeer de moeite waard zou zijn er een bundel van te publiceren, een soort Privé Domein deel. Zo ontving ik schriftelijk de raad: “De wijze René Magritte stelde ooit: Het surrealisme is de onmiddellijke kennis van de werkelijkheid. Doe daar dus je voordeel mee.” Met het surrealisme is het werk van Arie nauw verbonden maar dat is slechts een van de invloeden. In de catalogus The Broken Promised Land ga ik nader in op een aantal kunsthistorische helden van Arie en dat zijn zeker niet allemaal surrealisten. We kunnen het beter hebben over surrealisme als attitude, het thema van de tentoonstelling waar we momenteel over nadenken. Bij die attitude is een aantal kernwoorden van toepassing: zeer individualistisch, associatief, gerelateerd aan occultisme en het onbewuste (dromen) en maatschappelijk en politiek geëngageerd. Het is een anti-burgerlijke, anti-autoritaire, subversie stroming. Het politieke element is hier wellicht minder van toepassing, hoewel Arie in een aantal werken refereert aan zeer donkere bladzijden in de geschiedenis. Over het algemeen durf ik te stellen dat het werk van Arie dermate persoonlijk is, dat het volstrekt universeel van strekking wordt. Hij gebruikt zichzelf als prisma waarin invloeden uit zijn directe omgeving, uit de actualiteit in de wereld en uit het enorme reservoir van de kunst- en literatuurgeschiedenis samenkomen en op het doek worden geprojecteerd in een voorstelling die tot persoonlijke interpretatie uitnodigt. Hij maakt gebruik van diverse heteroniemen, figuren uit werkelijkheid en fictie met wie hij zich verwant voelt. Van Alice in Wonderland tot Frida Kahlo. Kitsch-objecten aangekocht op de vide greniers in Frankrijk of op rommelmarkten doen het ook goed. Een beschadigde speelgoedmuis kan uitgangspunt zijn, in een souvenir uit de Filipijnen, bezet met schelpen, herkent hij God. Zijn verfvisioenen hebben betekenis voor iedereen omdat ze geworteld zijn in de sedimentlagen van de menselijke ervaring. Ze zijn bij uitstek bovenpersoonlijk.

 

In een van zijn brieven *) uit Frankrijk maakt Arie aan Klaas en Heleen Gubbels melding van in toenemende mate verontrustende en duistere dromen. “In deze angstaanjagende grot vol heimelijke visioenen, gebroken spiegels en waanvoorstellingen tref ik op de bodem tussen het ordinaire afval van het leven zelf soms een diamantje aan dat vermoedelijk ooit in het bezit is geweest van een klein gehandicapt doodskopaapje. Onder de pleisters en stevig in het verband houdt hij daar de boel een beetje op orde. Hij draagt de Scandinavisch aandoende naam Mr.Nilsson en is in staat zonder haperen Erbarme dich achterstevoren te zingen. Een nuttige hulp in de huishouding die van wanten weet.” De keuze voor het woord ‘grot’ is veelzeggend. De grot is de ruimte bij uitstek van het onbewuste, van de baarmoeder, een ongeboren en dus ongedefinieerde toestand. In alle tijden en culturen hebben mystici zich in grotten teruggetrokken. De Asclepius-geneesplaatsen in de Oudheid waren vaak afgelegen grotten, waar de zieke in het abaton wachtte op een genezing brengende droom. Van Geest gaat in zijn brief door over het “kennelijk verloren en vergeten siersteentje.”

   “Mijn taak is het kleinood veilig en onbeschadigd naar buiten te transporteren. Via het zgn. doorgeefluik van de neuroses van de dromen belandt het dan in het bewustzijn van de kale dag, de werkelijkheid die zeer eenvoudig is en waar ‘alles lijkt op wat het is’, het motto van mijn schilderkunst.” Hier wordt een bewustwordingsproces omschreven. De kleine diamant is het alchemistische symbool van het Zelf. In een Jungiaans-alchemistische interpretatie gaat het hier om niets minder dan de lapis philosophorum, de steen der wijzen, die buiten ruimte en buiten tijd altijd bestaan heeft en altijd zal bestaan. Deze diamant is de Graal van wat Jung noemt het individuatieproces, de sacrale innerlijke kern die verwezenlijkt (naar buiten gebracht) wil worden. “Eenmaal ontsnapt uit het labyrint van de slaap vervoer ik het edelsteentje naar ‘de tuin van de wezenlijke leegte’. De enclave die hier gratis voor de deur ligt en waar koningin Alice de lakens uitdeelt. Een lustoord van de hallucinatie waar de zeldzame materie vervolgens ruim de tijd krijgt om te rijpen en tenslotte te worden omgetoverd tot een van mijn pictorale heteroniemen. Verre neven, halve broeders, ontheemde bewoners afkomstig uit het asielcentrum van de geest, zijn stuk voor stuk uitverkoren om uiteindelijk plaats te nemen op het maagdelijke canvas.”

 

En zo kan het hoofd van Frida Kahlo belanden op een flessendroger aangetroffen op een Franse vlooienmarkt en natuurlijk helemaal verbonden met het iconische beeldidioom van Duchamp, een keurslijf van lijden, haar gezicht als dame van smarten, als een Congolese Nkisi met pinnen doorboord. Alles kan, alles lijkt op wat het is. Het leven is niet fijn. We hadden er nooit aan moeten beginnen, maar het vervelende is dat je je dat pas realiseert wanneer het te laat is en je allang in het net verstrikt bent geraakt. Zoals Ry Cooder zingt in Across the Borderline:

 

When you reach the broken promised land
And every dream slips through your hands
Then you'll know that it's too late to change your mind
'cause you've paid the price to come so far

 

Daar wil ik graag nog een citaat uit een van de bijbels van de surrealisten aan toevoegen: De Zangen van Maldoror van de Comte de Lautréamont: Het is nog niet genoeg dat het leger van lichamelijke en geestelijke smarten, dat ons omgeeft, geschapen werd: het geheim van ons sjofele noodlot wordt ons niet onthuld

In een brief aan Age Klink schrijft Arie: Kunst is te allen tijde een compensatie van het lot waarin wij ons bevinden (..)

 

De surrealisten hadden een speciale interesse voor dromen, voor het onbewuste, de écriture automatique, voor outsider art en etnografica, zoals blijkt uit de collectie van Breton. De Zwitserse Meret oppenheimd hield zich bijvoorbeeld intensief bezig met het werk van Jung. In de periode van omstreeks 1915 tot 1930 werkte Jung aan de gevaarlijkste en belangrijkste exercitie van zijn eigen ontwikkeling: een reis door het onbewuste die hij vorm gaf in een in leer gebonden rode foliant die bekend zou worden als ‘het Rode Boek’, of meer exact: Liber Novus. Het Nieuwe Boek deelde hij in beperkte kring, pas in 2009 werd het voor het grote publiek toegankelijk. Het is een reis in woord en beeld – Jung was een begenadigd illustrator – door de wereld van het onbewuste, een queeste die tot psychose kan leiden wanneer je de macht over het roer verliest. In wezen is het een post-religieuze zoektocht naar de zin van het leven. Het individuatieproces heeft tot doel niet het vinden van het ultieme antwoord maar het bereiken van de ultieme zelfverwerkelijking, het vinden van de steen, de diamant. Volgend jaar is het honderdvijftig jaar geleden dat Jung geboren werd en momenteel wordt er van veel kanten gewerkt aan jubileumboeken en lezingen. “Mijn taak is het kleinood veilig en onbeschadigd naar buiten te transporteren”, schreef Arie. Dat is een belangrijke taak. Het beschrijven van dat kleinood is niet mogelijk. Maar een ding is zeker: het is numineus van aard.

 

Is dit alles slechts een schamele troost voor ons sjofele noodlot? Misschien toch wel iets meer dan dat. De schilderijen uit de reeks The broken promised land bieden in los verband elementen uit het leven van Arie in de semi-imaginaire jungle van zijn ‘tuin van de wezenlijke leegte’. Door zijn concentratie op de binnenwereld biedt de buitenwereld daarvan een zinvolle extensie. Binnen en buiten vallen betekenisvol samen. Deze synchroniciteit is de poëzie op het kruispunt van werkelijkheid en fictie. Hoewel met foto’s voorbereid, vormen de schilderijen een andere werkelijkheid, zoals de oerwouden van de Douanier Rousseau meer een persoonlijke beleving dan een afspiegeling van realiteit zijn. Het gaat om een liminale wereld tussen droom en werkelijkheid in, een wereld van associaties en vermoede betekenis. Die betekenis moet ongedefinieerd blijven, want het benoemen ervan impliceert een reduceren tot anekdote. Het schilderij is en blijft een illusoir vlak, een imaginaire nooduitgang. Het is compensatie voor de werkelijke werkelijkheid, die als hard en zinledig ervaren kan worden. Het is de samenhang, de door Arie aangeven groepering in de tuin, die troost biedt en de leegte wezenlijk maakt.

 

Wouter Welling

(*) Om deze brieftekst te lezen, klik hier toelichting

© Arie van Geest